Kunstenaar Roel Hofman

-“Het is tegen het middaguur, geen drank. De lucht van teer en terpentijn verraadt dat hij al even aan het werk is. Penseel en palet gaan gewillig neer voor nog maar weer een sigaret tussen de vingers. De vlam gaat er genadeloos en onophoudelijk in. De muziek, bij gebrek aan beter een goedkope surrogaat voor opera, gaat uit. Nul Ruis.“- Honder procent Roel Hofman.

In zijn atelier in De Vesting van Hellevoetsluis is de society kunstenaar in z’n element.  Onbekenden vinden hem een rare kwast.  Mensen die hem wel kennen weten beter.  Zijn uitstraling is vooral een verlengstuk van zijn persoon in plaats van een bij elkaar verzonnen image.  “Ik heb ADD – een rustige vorm van ADHD – en ben heel druk in mijn hoofd. Soms schiet ik alle kanten op.  Schilderen werkt voor mij therapeutisch. Ik moet voor mezelf een bepaalde structuur en rust creëren.  Daar hoort wit bij.  Ik merk dat ik me daar prettig in voel.  Wit is zon, zen en rust. Dat probeer ik van alle kanten krampachtig in me te krijgen.”


Roel Hofman groeit op in een volksbuurt in Rotterdam Zuid. “Een asociale buurt, zegt men wel eens, maar ik vond het juist een heel sociale buurt. Er was veel sociale controle. Iedereen hielp elkaar. Men keek vooral naar hoe je in het leven moest staan, wat voor mij betekende dat ik een beroep moest leren. Van schilderen kon je niet leven. Ik ben in de gezondheidszorg terechtgekomen wat ik drieëntwintig jaar lang heb gedaan. Vijftien jaar geleden koos ik ervoor om kunstenaar te worden. De beste stap die ik ooit heb gezet.” Als jochie is hij de rustgevende spil en drijvende kracht van het gezin Hofman. Hij begeleidt zijn licht geestelijk gehandicapte broer, omdat z’n vader en moeder dat vermogen niet hebben. Misschien ligt daar ook wel de intentie om de gezondheidszorg in te gaan aan ten grondslag. Zijn pa is alcoholist en bestempelt hem als ‘dom’. Zijn moeder is ook alleen maar leuk als ze een paar glaasjes wijn op heeft. Op zijn achtste tekent hij verdomd aardig een Neanderthaler na uit ‘Het Vrije Volk’. “Gewoon leuk om te doen,” maar het liefst wil hij zichzelf in zijn creaties verliezen. Urenlang tekent hij ook palmboompjes, weet hij zich nog te herinneren. “Een soort ritme zit daar in. Dat ging eindeloos door.” Op zijn zestiende vlucht Roel het huis uit. De goedkeuring en waardering van zijn ouders wil hij verdienen door de ene na de andere opleiding te volgen. Met een tien voor zijn scriptie rondt hij zijn HBO Gezondheidszorg af. Roel steekt nog een sigaret op. “Als ik dan nu kinderen van zestien zie, vraag ik me af hoe het in godsnaam mogelijk is geweest! Ik heb alles zelf moeten doen. Het heeft me altijd moeite gekost om hulp te vragen.”

 

Houvast

In 1993 krijgt Roel een burn-out. Daar komt hij als herboren uit. Hij besluit om te gaan doen wat hij eigenlijk altijd al wilde: schilderen. Hij start bovendien samen met een compagnon in Spijkenisse een kunstuitleen. De zaak loopt goed, wat Roel de financiële zekerheid geeft om vooral vrij werk te kunnen maken. Het liefst figuratief. “Niemand zegt bij abstracte kunst of iets goed of niet goed is. Dat geeft mij houvast. Dan probeer ik te interpreteren wat degene bedoelt. Ik vind het heerlijk om drie dagen achter elkaar met dezelfde dingen bezig te zijn. Ik kan ook makkelijk drie dagen naar hetzelfde restaurant en hetzelfde menu bestellen, omdat het lekker is.” In 2001 loopt hij Mariëlle tegen het lijf. De enthousiaste wervelwind weet hem te bedaren, maar ook het beste uit hem naar boven te krijgen. Ze trouwen. Mar, zoals iedereen haar noemt, runt vanaf dat moment de kunstuitleen en organiseert van alles om Roel’s werk in de publiciteit te krijgen. “Mar is de trekker en ik ben de remmer. Zij duikt overal in. Ze is een open boek, heel spontaan. Daarmee weet ze mensen te mobiliseren. Ik ben veel voorzichtiger. Dat houdt elkaar goed in evenwicht.”

Stoepkrijt

Het gaat Roel, Mariëlle en hun gezin jarenlang voor de wind. Ze genieten van de goede dingen van het leven. “Als we een goede dag op de Miljonair Fair hadden gedraaid, want daar hebben we een aantal jaar met een stand gestaan, dan zei ik tegen Mar die een paar mooie schoenen had gespot: ‘natuurlijk koop jij lekker die Uggs van € 400,-.‘” De kunstuitleen draait steady, het aantal opdrachten voor doeken neemt gestaag toe en door nog intensiever samen te werken met charitatieve instellingen, lukt het om in nieuwe netwerken terecht te komen en publiciteit te genereren. “Regelmatig heb ik een idee, of Mar, en proberen we een event neer te zetten, waaraan we een goed doel koppelen. Goed voor ons, maar ook voor het goede doel. Ooit leverde een veiling van een door mij beschilderde motorkap van een Maybach € 24.000 ,- op ten behoeve van Villa Pardoes. Het idee ontstond uit een geintje. Of we vragen een bijzondere vorm van entreegeld voor een expositie. Vorig jaar hebben wij Stichting Play4Kids blij gemaakt met ruim tweehonderd kilo stoepkrijt.”

De laatste jaren

De laatste jaren staat het leven van het gezin Hofman volledig op z’n kop. Roel drukt nu maar een sigaar tussen de lippen. In 2005, op vakantie in Marbella, is het kantje boord. Hij moet met spoed naar het ziekenhuis, omdat hij zichzelf vergiftigt door een vezeltekort. “Drie dagen later en ik was er niet meer geweest,” vertelt hij met droge ogen. Hij heeft het nooit in de gaten gehad, is nooit ziek. Jarenlang eet hij overdag niet. “Geen behoefte toe.” Maar drinken doet hij wel. Nog steeds. “Alleen ’s avonds.” De economische crisis, eind 2008, is een aderlating voor de kunstsector. Het vrije werken van Roel komt op een laag pitje te staan. Links en rechts maakt hij nog wel portretten in opdracht. Pioniers als ze zijn blijft het ondernemersstel investeren in relaties en creatieve samenwerkingen. Maar met de verkoop van Roel’s canvassen alleen, is het loodzwaar om de teneur van de voorheen zo financieel zekere kunstuitleen te compenseren. “We hebben vroeger altijd alles dat we verdienden gelijk weer geïnvesteerd. Nu moeten we bezuinigingsmaatregelen doorvoeren. De fles Coca Cola, is nu vervangen door een huismerk van 35 cent. We hebben het nu even minder, maar alles is betrekkelijk. Het kost mij geen moeite om met weinig te leven. Ik kruip net zo makkelijk in een stacaravan.”

Leukemie


Als Roel begin 2011 hoort dat hij leukemie heeft, gaat het roer privé en zakelijk rigoureus om. Het is een bizarre periode, waarin onzekerheid en angst de boventoon voeren. Roel is niet bang om dood te gaan, nooit geweest ook. Maar Roel is naast kunstenaar ook nog gewoon echtgenoot en vader. Terwijl Roel zijn gevecht levert, gaan ook Mar en de kinderen die strijd aan. Godzijdank is de leukemievorm met medicijnen onder controle te houden. Maar de ziekte vreet energie. “Ik moét nu keuzes maken. Er gaat alleen maar energie naar de juiste mensen. Ik maak me niet meer druk over onbelangrijke dingen.” De leukemie heeft Roel – vooral in het begin – bij de kladden. Het gezin noemt het beestje nog wel eens gekscherend bij de naam, “die kankerpillen!”, want de aanval is de beste verdediging. Maar de druk thuis en op de zaak neemt toe. Er komt weinig uit Roel’s handen en ondertussen draait de ‘tent’ gewoon door; er moet brood op de plank komen.

Cadeautje: zin

De helft van de kunstuitleen wordt in de zomermaanden omgetoverd tot Cadeau Uit De Kast, het kleurrijkste cadeauwinkeltje van Spijkenisse. Heel langzaam komt er weer loop in de zaak. En ook de medicijnen voor de leukemie slaan steeds beter aan. Roel pakt zo nu en dan weer de kwast. “Er is nog een aantal opdrachten dat ik heb liggen. Een portret moet altijd goed zijn, maar Mar vindt dat de doeken nu nóg meer emotie bevatten dan vroeger.” De Jack Nicholson waar Roel aan werkt komt af. Hij bedenkt een E-veiling om zijn bijzondere voorraad van de hand te doen, bouwt weer websites, bedenkt en denkt mee met concepten en ondernemers. Roel krijgt er weer zin in. Je ziet het op z’n Facebook, hij is actief. Waar Roel in het verleden vooral met vroeger en de toekomst bezig is, leeft hij meer dan ooit in het nu. “Wij danken hetgeen we nu hebben aan onze vriendenkring. Die varieert van de allerrijksten tot mensen die geen stuiver hebben om dood te drukken. Het gaat om wie ze zijn. Heel veel mensen willen van anderen profiteren. De combinatie van mijn ziekte en de crisis hebben mijn ogen geopend. De parasieten vallen af, je kiest mensen uit die je over-en-weer dingen geven.”


tekst:


Harold Joëls

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


*

facebooktwittergoogle_pluslinkedinyoutube